In het publieke debat over de woningcrisis worden gemeenten vaak gezien als passieve partijen die wachten op rijksbeleid of op projectontwikkelaars die plannen indienen. Die beeldvorming klopt niet. Gemeenten hebben aanzienlijke bevoegdheden om de lokale woningmarkt te beïnvloeden — zowel in positieve als negatieve zin.
Hoe gemeenten met die bevoegdheden omgaan, bepaalt in grote mate of er betaalbare woningen worden gebouwd of niet.
Grondbeleid: de meest directe hefboom
De krachtigste knop die een gemeente kan draaien is grondbeleid. Als een gemeente eigenaar is van grond — wat in veel gevallen zo is — heeft ze directe invloed op de prijs en de voorwaarden waaronder die grond beschikbaar wordt gesteld voor woningbouw. Door grond onder de marktprijs beschikbaar te stellen aan projecten die betaalbare woningen realiseren, kan een gemeente direct sturen op de uitkomst.
Gemeenten die actief grondbeleid voeren, stellen voorwaarden: een bepaald percentage sociale huur, een maximum verkoopprijs voor koopwoningen, of een verplichting dat de koper er zelf in gaat wonen (zelfbewoningsplicht). Dat zijn instrumenten die werken — als de politieke wil er is om ze in te zetten.
Bestemmingsplannen en de Omgevingswet
Bestemmingsplannen bepalen wat er op een stuk grond gebouwd mag worden. Als een locatie de bestemming "agrarisch" heeft, mag je er geen woningen bouwen. Als die bestemming gewijzigd wordt naar "wonen", opent zich een wereld van mogelijkheden. Dat is een besluit dat de gemeenteraad neemt.
De Omgevingswet (van kracht per 2024) heeft gemeenten meer flexibiliteit gegeven om sneller maatwerk te leveren. Ze kunnen tijdelijk ontheffingen verlenen, experimenteerzones aanwijzen of in hun omgevingsvisie expliciet ruimte maken voor nieuwe woonvormen. Gemeenten die dat actief doen, zijn aantrekkelijker voor initiatieven zoals CPO-projecten en innovatieve woonconcepten.
Woningbouwregie: snel schakelen met initiatiefnemers
Een praktisch maar onderschat instrument is de manier waarop een gemeente met initiatiefnemers omgaat. Gemeenten die een dedicated woningbouwloket hebben, die snel reageren op plannen en die bereid zijn mee te denken over afwijkende woonconcepten, trekken meer projecten aan. Gemeenten die alles door trage procedures laten gaan, zijn minder aantrekkelijk — ook voor de partijen die betaalbaar willen bouwen.
Snelheid en toegankelijkheid zijn voor kleinere initiatiefnemers soms net zo belangrijk als subsidie. Een gemeente die in vier weken een eerste reactie geeft op een plan is aantrekkelijker dan een gemeente die een jaar later nog in de "verkenningsfase" zit.
Wat goede gemeenten gemeen hebben
Gemeenten die succesvol zijn in het realiseren van betaalbare woningbouw combineren over het algemeen vier dingen: actief grondbeleid, een heldere omgevingsvisie met ruimte voor nieuwe woonvormen, snelle ambtelijke processen, en een politiek die bereid is lastige keuzes te maken. Dat klinkt simpel, maar het is in de praktijk zeldzaam genoeg om op te vallen als het er wél is.
Die gemeenten zijn precies de partijen waar KoopBuurschap mee in gesprek gaat. De combinatie van een gemeente die meedenkt en een groep bewoners die bewust kiest voor betaalbaar en samen wonen, is de basis voor een project dat echt van de grond komt.
KoopBuurschap onderzoekt hoe we betaalbare koopwoningen kunnen realiseren voor starters en 55-plussers in Overijssel. Schrijf je vrijblijvend in.
Inschrijven voor de wachtlijst